Wildlife fotografie is een van de meest uitdagende vormen van fotograferen die er bestaat. Je onderwerp beweegt, verstopt zich, vliegt weg of kijkt de andere kant op. Toch trekt het fotograferen van wilde dieren elk jaar meer mensen aan. Er is iets bijzonders aan het vastleggen van een dier in zijn eigen omgeving, op het moment dat het zichzelf is. Die combinatie van geduld, techniek en geluk maakt het zo verslavend.
De juiste camera-instellingen voor bewegende dieren
Wilde dieren wachten niet totdat jij klaar bent. Een bewegend dier vraagt om een korte sluitertijd, zodat je geen beweegslierten op je foto krijgt. Een sluitertijd van minimaal 1/500 seconde is een goed startpunt, maar bij snelle dieren zoals vogels in vlucht heb je vaak 1/1000 seconde of sneller nodig. Zet je camera op continue autofocus, zodat het systeem het dier blijft volgen terwijl het beweegt. Een hogere ISO instelling geeft je genoeg licht bij bewolkte omstandigheden of in de schaduw van een bos. Moderne camera’s gaan goed om met ISO 800 of zelfs 1600 zonder dat de foto er korrelig uitziet. Stel je diafragma ook ruim in, want een lichtsterke lens laat meer licht binnen en geeft een mooie wazige achtergrond waardoor het dier echt uit de foto springt.
Geduld en kennis van diergedrag geven betere resultaten
Veel fotografen richten zich zo sterk op de techniek dat ze vergeten hoe belangrijk kennis van dieren is. Als je weet hoe een bepaald dier zich gedraagt, kun je voorspellen wat het gaat doen. Een vogel die zijn vleugels spreidt, gaat waarschijnlijk zo vliegen. Een hert dat zijn oren spitst, staat op het punt om weg te rennen. Door dat soort signalen te leren lezen, ben je klaar met je camera voordat het moment er al is. Veel dierenfotografen brengen urenlang door op dezelfde plek, gewoon wachtend totdat het goede moment komt. Dat vraagt om rust en concentratie, maar de resultaten zijn het waard. Je hoeft niet naar Afrika voor spectaculaire foto’s. In Nederland zijn er volop mogelijkheden, van vogels in het riet tot reeën in de duinen.
Licht en positie bepalen de sfeer van je foto
Het uur na zonsopkomst en het uur voor zonsondergang staan bekend als het gouden uur. Het licht is dan warm, zacht en valt van opzij, wat diepte en structuur geeft aan je foto. Fotografeer je in het felle middaglicht, dan ontstaan harde schaduwen die details wegslikken. Naast het licht is je eigen positie minstens zo belangrijk. Zak door je knieën of ga zelfs op je buik liggen om op ooghoogte van het dier te fotograferen. Dat geeft een heel ander gevoel dan foto’s die je van bovenaf maakt. Het dier lijkt dan groter, krachtiger en meer aanwezig in het beeld. Probeer ook op de ogen te scherpstellen. Scherpe ogen trekken de aandacht van de kijker meteen en maken een foto levendiger.
De juiste uitrusting voor buiten fotograferen
Een goede lens is bij het fotograferen van wilde dieren vaak belangrijker dan de camera zelf. Dieren houden afstand, dus je hebt een telelens nodig om ze toch groot in beeld te krijgen. Een brandpuntsafstand van 300 mm is een goed begin, maar voor vogelfotografie is 500 mm of meer prettiger. Een statief of monopod helpt om de camera stabiel te houden, zeker bij langere lenzen die zwaar zijn. Camouflagekleding of een camouflagenet kan het verschil maken tussen een dier dat wegloopt en een dier dat gewoon zijn gang gaat. Draag rustige kleuren en vermijd felle geuren. Naast de camera is het slim om een extra accu mee te nemen. Bij lang wachten op de juiste kans loopt de accu sneller leeg dan je denkt, zeker bij koud weer.
Veelgestelde vragen
Welke lens is het beste voor het fotograferen van wilde dieren?
Voor het fotograferen van wilde dieren heb je het liefst een telelens met een brandpuntsafstand van minimaal 300 mm. Hiermee kun je dieren op afstand toch groot in beeld krijgen zonder ze te storen. Voor vogelfotografie is een lens van 500 mm of meer fijn, omdat vogels vaak klein zijn of op grote afstand zitten.
Wat is de beste tijd van de dag voor dierenfotografie?
De beste tijd voor dierenfotografie is vroeg in de ochtend of laat in de middag. In die uren is het licht zacht en warm, wat zorgt voor mooiere foto’s. Veel dieren zijn bovendien actiever rondom zonsopkomst en zonsondergang, wat de kans op mooie momenten vergroot.
Moet je een dure camera hebben voor goede resultaten?
Een dure camera helpt, maar is geen vereiste voor goede resultaten. Een camera met snelle autofocus en een redelijke ISO prestatie is belangrijker dan het merk of de prijs. Met een goede lens en kennis van diergedrag maak je ook met een betaalbare camera sterke foto’s.
Hoe zorg je dat wilde dieren niet schrikken van je aanwezigheid?
Om wilde dieren niet te laten schrikken, is het slim om rustig te bewegen en geen harde geluiden te maken. Draag kleding in gedekte kleuren die opgaan in de omgeving. Benader dieren altijd langzaam en zijdelings, want een rechte frontale benadering voelt voor veel dieren bedreigend aan. Houd ook altijd voldoende afstand.


